Rentree
Op mijn bapaobroodje valt eenlipglossafdruk te bespeuren
Het is tijd om weer te gaanschrijven
Daar waar je mijn bundel maar op maar zéér beperkte plaatsen, is hier je kans op het he-le-maal voor niets te lezen. Een kusje of aai over de bol is voldoende
Mijn verhaal staat dus hier
Inleiding
We hadden samen nog twee dagen tegaan. Twee dagen betekende nog één nacht. Nog één nacht samen in dat smalle bedwaar we hooguit stijf tegen elkaar aangedrukt de slaap konden vatten. Eén nachtbetekende nog één lange avond en een kotsmisselijke ochtend met twee koppenespresso. Daarna zou onze vuurproef geslaagd zijn, dan zou hij voor altijd bijme blijven.
Wij in de parkeergarage
Ze stond bij de slagboom met eengrote grijns op haar decadent gestifte smoel. Om haar forse lijf een overall.Een hele grote overall was het, zelfs op borsthoogte was geen knelling tebespeuren. Een petje op haar grote hoofd, de klep ver over haar voorhoofdgebogen, het clipje aan de achterkant strakgespannen op het laatste nopjedichtgeklikt.
We zaten in de auto, iets voor de slagboom.In een beveiligde parkeergarage, zonder pasje. We waren beide wat chaotisch. Ikkeek onder de banken, doorzocht mijn zakken en stootte mijn hoofd. De auto kwamin beweging en toen ik opkeek stond mijn vriend al oog in oog met de grootsevrouw.
Zelfverzekerd leunde ze tegen eenpilaar, haar vingers tikten tergend langzaam tegen de autoruit. Ze hoorde zekerbij deze toko.
‘Zou je de slagboom willen openen?’zei mijn vriend op een vriendelijke toon.
‘Laat eerst je kaartje maar eenszien.’ Haar ogen stonden in schril contrast met haar loom bewegende lichaam:wild en wijd opengesperd, met een donker oogpotlood zwaar omlijnd.
‘Ik vrees dat ik het kaartje ben kwijtgeraakt.’
Geen reactie.
‘Wat gaat dit grapje me kosten?’vervolgde hij na een tijdje lichtelijk geïrriteerd.
‘Een kusje!’ kirde ze vervolgens.‘Voor een kusje laat ik jullie gaan.’
Het werd opnieuw stil.
Even leek hij haar voorstel inoverweging te nemen, tot hij mijn kant op keek.
‘Manipulatief stuk lippensmeer…,’ sistehij. ‘Sleets van alle mannen die over haar heen zijn gegaan. We blijven hiernog wel wat langer.’
Hij zette de auto in zijn achteruiten parkeerde hem weer op zijn vertrouwde plaats. Hier zou onze auto nog weleven blijven. Net als wij.
Toen die avond
Diezelfde avondzaten we in de woonkamer; ofwel ontbijtzaal, kroeg, onderhandelingsplek envrijplaats voor alles wat een mens in zijn vrijheid wenst uit te vreten.Tegenover ons zat de grootse vrouw, in het zwart gekleed, deze avond. Ze zatonderuitgezakt op haar stoel, haar benen prominent op tafel. Haar mond maaktedriftige kauwbewegingen, haar kaken leken de rest van haar lichaam in bewegingte zetten.
‘Je zou een zonnebloem in haardecolleté kunnen stoppen,’ fluisterde m’n vriend in mijn oor.
Ik keek bedachtzaam in haarrichting en zag niet meer dan twee hompen opgezwollen vlees, dicht tegen elkaaraangeklemd. Haar hoofd leek een overbodig accessoire.Ze keek in mijn richting en kneep daarbij haar ogen tot spleetjes. Snel wenddeik mijn hoofd af.
‘Het zou haar vast en zekersieren!’ antwoordde ik hem net iets te hard. ‘Een zonnebloem ter indicatie vanhaar vrijpostigheid. Elk bloemblaadje voor een nieuwe knipoog die ze naar haarklanten zal maken.’
Ze keek nog steeds naar me enuiteindelijk knikte ik dan toch maar vriendelijk terug. De poging tot eenvriendelijk gebaar werd echter anders opgevat en nog geen tel later zwiepte zehaar benen op zijn schoot. De panty stond strakgespannen om haar royaalbedeelde kuiten.
De dag van tevoren
Gisteravond laat was een man in hethostel neergestreken. Hij was breed gebouwd met een bos krullen wat wild allekanten opsprong. Ik zag hoe hij daar bij de balie stuntelde met dat raretaaltje en kon het niet laten hem uit te lachen. Verder dan een hitsige knipoog,die ik met alle macht probeerde te negeren, reikte onze communicatie niet. Toenkon ik nog niet weten dat ik deze woest aandoende man de volgende dag zo nodigzou hebben.
Ik zou hemwillen omklemmen, mijn nagels in hem willen zetten, om daarna omhoog teklimmen. Ik zou zijn lichaam van top tot teen uit willen vlooien, om mezelfdaarna weer rustig te laten zakken.
Dezewens sprak ik even na onze eerste ontmoeting met de parkeerbeheerster naar mijnvriend uit. We zaten in de auto en hadden nogde stille hoop het kaartje te zullen vinden. Hij keek me wat verward aan. Daarnatrok hij het matje weer onder zijn voeten vandaan en ook mijn matje moest eraangeloven. Alles haalde hij uit het dashboardkastje, de portemonnees werden op hun kop gehouden en ook de achterbank werd nauwkeurigdoorzocht. Mijn boodschap leek hem niets te doen. Lichtelijk verbaasd beslootik hem weer te gaan helpen in zijn zoektocht.
5. Valsspelerij
Later op de avond kwam de woesteman naast me zitten. Ik nestelde me tegen hem aan, hij kroelde door mijn haren.Het was inmiddels broeierig warm in de woonkamer, iedereen leek hard te lachenom eigen grappen en verliefd te raken op de gezichten die in de ogen van degesprekspartner weerspiegelden. Aan de tafel werd de drank royaal geschonken.Flessen gevuld met kleurige substanties, pakken suiker en een bak vol citroenenvulden de tafel.
Ikkeek opzij. Mijn vriend zat inmiddels in de hoekvan de kamer en praatte geamuseerd met brede gebaren. De grootse vrouw keek hembewonderend aan en schoof daarbij haar lichaam tegen het zijne. Al gauw omklemdenhaar grote, gespierde armen hem stevig. Hij probeerde zich los te wurmen, teontkomen aan de greep van de vrouw die zijn touwtjes stevig om haar molligevingertjes wond – kleine striemengeen bezwaar. Venijnig keek ik in hun richting. Ik had zachtjes naar hem willensissen, maar ik wist me te beheersen. Laat ik mijn tanden nog even stug opelkaar zetten, morgen gaan we weg.
Inmijn nek voelde ik ondertussen gekriebel. Dewoeste man draaide mijn nekhaartjes om zijn vingers, trok ze strak aan, tot ikeen zachte kreet van pijn slaakte. Ik hoorde hem zachtjes grinniken, waarna dekracht uit zijn vingers verdween en alleen een minuscuul krulletje in mijn nekoverbleef. Ik keek opzij en bespeurde twee jaloerse ogen, daar vanuit de hoek. Deogen van mijn vriend keken afgunstig mijn kant op. Alles verliep volgens plan.
6. In het stapelbed
De deuren sloten en de woeste manvolgde me naar de slaapzaal. Deze nacht wilde ik alleen zijn, had ik mezelfvoorgenomen. Maar één van ons tweetjes hoefde vannacht bij iemand anders zijn. Eensnauw leek voldoende om hem af te wijzen. Mokkend droop hij af en zocht zijnbed even verderop in de slaapzaal. Voor de zekerheid pakte ik toch maar mijnspullen en verliet de ruimte. Even verderop stond een kamer leeg, zo ontdekteik eerder die dag. Hier zou hij me vast niet vinden. Ik betrad de kamer enzocht een slaapplek. Een steil trapje leidde me naar het bovenste bed.
Die avond belandde mijn vriend metde grootse vrouw in een vreemd bed. Een nacht lang bracht hij door met iemandwaarmee hij niet meer gemeen had dan het uitwisselen van een bedrukt kaartje,zodat hij zijn weg weer kon vervolgen. Daarom lag hij met haar in deze onbekenderuimte, stijf tegen haar warme lichaam aangedrukt. Zijn borstkas zou haarovervloedige huidplooien raken, de ribbeltjes gevuld met zweet.
Hetgeluid van haar kirren was goed te horen. Die hele dag zat ik al met de grootsevrouw in de woonkamer –vergaderruimte, ontbijtzaal ofwel plezierendeverpoosruimte. Bij elk beetje mannelijkheid die haar voelsprieten opvingen,kwam een grijns op haar gezicht. Eerst bij haar avance in de parkeergarage, daarnabij de jongen van de receptie (die arme jongen wist zich geen houding tegeven…) tot een Mick Jagger op het televisiescherm, rijk bedeeld instrakgespannen leren broek. Uit haar mond kwamzowat onafgebroken een verzameling aan lacherige geluidjes voor alles wataaibaar leek. Luisterend naar het niet te stuiten gegiechel van die twee dachtik aan de auto. Hij wilde die ochtend vroeg vertrekken; de rit naar huis waseen lange en hij had een hekel aan rijden in het donker. We waren het kaartjekwijt en hadden overal al gezocht. Alleen de grootse vrouw kon ons nog helpen.En nu was hij de dronken en tevens jaloerse man. En zo stak het verhaal inelkaar. Zolang die auto daar beneden nog rustte, zou ik hier rustig blijvenliggen.
7. Ochtendbedrog
Ik keek naar beneden, haar voetenbungelden nog steeds over het randje van het bed. Al uren staarde ik naar eenverzameling kromme tenen, wat had geresulteerdin een bijzonder ellendige nacht. Zonnestralen schenen in mijn ogen, even lekenze mij in slaap te doen dommelen. Tot ik onder me beweging voelde. De vrouwtakelde zich het bed uit en stond na wat gestommel weer op beide benen. Een dikwinterdekbed was om haar forse lijf gewikkeld.Na een laatste blik op het bed te hebben geworpen, liep ze naar de deur.
Nadatze de kamer had verlaten, sloop ik voorzichtig het trapje af. Elke beweging zouhet stapelbed laten trillen. De opluchting kwam dan ook wanneer mijn tenen devaste grond raakten. Met één been op de grond draaide ik het andere voorzichtighet onderste bed in. Ik stak mijn hand omhoog en trok in één ruk mijn dekbednaar beneden. Hij leek nog in een diepe slaap, het parkeerkaartje stevig inzijn hand geklemd. Voorzichtig strekte ik zijn vingers, waardoor het uit zijnhand gleed. Zijn alternatieve nacht was hij vast alweer vergeten, prentte ikmezelf ondertussen in. Ik pakte het kaartje, legde de deken over zijn naaktelichaam en kroop dicht tegen hem aan.
‘Ik heb hem gevonden,’ fluisterde ik in zijnoor. ‘We kunnen weer naar huis.’
